Gladheid
Sneeuw en ijzel kunnen in de winter voor flink wat glijpartijen in het verkeer zorgen. De gladheidbestrijding is daarom een belangrijke taak van Rijkswaterstaat, die ruim drieduizend kilometer weg in beheer heeft. Bij kans op gladheid wordt er preventief zout gestrooid om deze wegen veilig te houden.
Het landelijk dekkend Gladheidmeldsysteem (GMS) waarschuwt automatisch wanneer er kans op gladheid ontstaat. Dit systeem meet met sensoren in de weg bijvoorbeeld de temperatuur van het wegdek en de ondergrond.
Aanvullend op het GMS kan een weginspecteur ter plaatse bekijken of er een kans is dat het glad wordt. Op basis van deze informatie wordt besloten om wel of niet te gaan strooien. Tussen het moment dat er besloten is om te gaan strooien en het moment dat de wegen gestrooid zijn, ligt ongeveer twee uur. Rijkswaterstaat werkt hierin samen met provincies en gemeenten.
Soorten gladheid
Er zijn drie soorten gladheid, namelijk het bevriezen van een natte weg, gladheid door neerslag bij lage lucht- en wegdektemperaturen (deze vormen van gladheid zijn goed zichtbaar) en condensatiegladheid. Condensatiegladheid ontstaat als de temperatuur van de weg al erg laag, vaak onder het vriespunt, is. Soms is er dan zo veel vocht in de lucht dat dit gaat condenseren op de weg. Als de temperatuur van de weg dan onder het vriespunt is, slaat het vocht neer in de vorm van ijskristallen.
Zout erover!
Ondanks de verschillende soorten gladheid, is de manier van gladheid bestrijden steeds hetzelfde. Alle gladheid wordt bestreden door zout te strooien. Zout verlaagt het vriespunt met een aantal graden. Hierdoor wordt de weg minder snel glad en ontdooit bestaande sneeuw of ijzel weer.
Lees meer over strooien en zout >
Hieronder staan de veelgestelde vragen over gladheid. Alle veelgestelde vragen over winter op de weg vindt u hier.
, de website van 