Bbk zorgt voor puzzelwerk bij project ‘Uiterwaardvergraving en dijkverlegging Munnikenland’
Het programma Ruimte voor de Rivier omvat 39 projecten, waaronder de ‘Uiterwaardvergraving en dijkverlegging Munnikenland’ bij Slot Loevestein, daar waar de Waal en de Afgedamde Maas samenkomen. Bij de realisatie van dit project wordt veel grond verzet. En daarmee is het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) van toepassing.
Riviertakmanager Josan Tielen is aanspreekpunt voor de initiatiefnemer van dit project. ‘Onderdeel van het project ‘Uiterwaardvergraving en dijkverlegging Munnikenland’ is de aanleg van geulen in de uiterwaard. Verder wordt de huidige dijk afgegraven en leggen we een nieuwe dijk aan. Bij het graven van die geulen komt diffuus verontreinigde grond en baggerspecie vrij. Veel van de nu nog buitendijks liggende grond wordt straks binnendijks toegepast. Voor een belangrijk deel in de nieuw aan te leggen dijk. En ook wordt mogelijk met een deel van de vrijkomende (water)bodem een in de buurt gelegen zandwinplas verondiept. Die aanwending van grond en baggerspecie is toegestaan omdat het nuttige toepassingen zijn, zoals bedoeld in het Bbk.’
Fysisch versus chemisch
Josan: ‘Waterschap Rivierenland is de initiatiefnemer van het project. Bij de aanleg van de nieuwe dijk letten zij uiteraard als eerste op de fysische kwaliteit van de toe te passen grond en baggerspecie en de geotechnische kwaliteit van de ondergrond. Want de dijk moet natuurlijk wel de eigenschappen hebben om hoogwater veilig te kunnen keren. Het Bbk kijkt juist naar de chemische kwaliteit van de toe te passen grond en baggerspecie. Verder hebben we te maken met een droog (binnendijks) en een nat (buitendijks) regime en daarmee met verschillende bevoegd gezagen. Dat zijn dus allemaal risico’s voor het project. Het grootste risico? Grondverzet vormt de grootste kostenpost. Op tijd inzicht hebben in de toepassing van die grondstromen is dus voor alle partijen van groot belang. Oók omdat een aannemer - onder andere - wordt geselecteerd op hoe hij daarmee om wil gaan. Nu is het Bbk nogal in beweging als het gaat om het toepassen van grond en baggerspecie in zandwinputten. Veranderende regelgeving kan in ons geval consequenties kunnen hebben voor de werkzaamheden zoals die zijn opgenomen in onze plannen. En dat zou slecht uitkomen met onze strakke deadline. In 2015 moet het project namelijk al opgeleverd worden.’
Puzzel
‘Al met al was het een enorme puzzel om duidelijk te krijgen of de toepassing van verschillende grondstromen binnen het project mogelijk was’, aldus Josan. ‘Een melding in het kader van het Bbk hoeft pas op een laat moment door de aannemer te worden gedaan, maar voor de raming van de kosten moet al veel eerder duidelijk zijn hoe en welke grondstromen binnen het gebied gebruikt kunnen worden. Het heeft ons vier maanden extra gekost om dat allemaal in kaart te brengen.’ Binnenkort wordt het Bbk geëvalueerd. Wat ik mee zou willen geven? ‘Projecten als het onze, waar sprake is van veel grondverzet, moeten in een eerder stadium in beeld hebben of de bedachte toepassingen zowel chemisch als fysisch mogelijk zijn. Lang voordat er een melding moet worden gedaan in het kader van het Bbk. Om zo het risico te kunnen beheersen dat plannen in een later stadium gewijzigd moeten worden, met alle consequenties voor procedures, planningen en budgetten van dien.’
Meer informatie
Josan Tielen, Programmadirectie Ruimte voor de Rivier
