Proces

Het proces gebiedsgericht benutten bestaat uit negen stappen. Op deze pagina bespreken we kort de belangrijkste punten van elk van deze negen stappen. De stappen worden beschreven vanuit het perspectief dat u de organisator bent. Een uitgebreidere beschrijving van het proces gebiedsgericht benutten kunt u rechts op deze pagina downloaden.

  • Stap 1: Opstarten project

    De eerste fase van het project gebiedsgericht benutten is de opstartfase en dient voor een stevige basis voor de rest van het project te zorgen. Hierin benadert u relevante partijen. Door met relevante partijen samen te werken legt u een brede algemene basis om verkeersproblemen aan te pakken op basis van verkeersmanagement. Op die manier kan ook voor uitzonderingsgevallen die basis makkelijk aangepast worden voor zo’n specifieke situatie. Het is vaak beter om te veel partijen uit te nodigen dan te weinig. Een partij kan zich immers altijd terugtrekken.


    Samen kunnen er dan beleidsmatige problemen worden geïdentificeerd en kunnen de doelstellingen worden geformuleerd. Zo stelt u in stap 1 concreet de doorlooptijd vast en noteert u een streefdatum voor de vervolgstappen. Ook is het in deze stap belangrijk om de verantwoordelijkheden van de verschillende betrokken partijen vast te stellen, evenals de kostenverdeling.


    Aan de hand van de gemaakte afspraken stelt de stuurgroep, die voor een groot deel bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken partijen, de startnota op. Deze startnota moet vervolgens ook door de stuurgroep worden ondertekend. Met ondertekening van de startnota geven de betrokken partijen aan mee te willen werken aan het project gebiedsgericht benutten.

    naar boven
  • Stap 2: Beleidsuitgangspunten

    In stap 2 moeten de beleidsuitgangspunten eenduidig worden beschreven, welke leiden tot gezamenlijk gedragen doelstellingen op het gebied van verkeer en vervoer.


    Om te beginnen geven de betrokken partijen aan welke doelstellingen zij nastreven bij het uitwerken van de opdracht. Ze maken deze doelstellingen nog concreter dan in stap een is gebeurd. Veel van de beleidsuitgangspunten zijn vaak al eens vastgelegd in beleidsnota’s of plannen. Die vormen dan ook een goede leidraad om beleidsuitgangspunten te inventariseren. Het is van belang dat deze geïnventariseerde beleidsuitgangspunten te herleiden zijn tot bepaalde partijen en bijbehorende documenten.


    De volgende stap is om de verzamelde beleidsuitgangspunten uniform te verwoorden. Daarnaast moeten tegenstrijdigheden in de verzamelde uitgangspunten geïdentificeerd worden. In de praktijk zijn dit er niet veel, maar ze kunnen wel voorkomen. Zo vindt de ene partij een bepaalde doelgroep bijvoorbeeld wel belangrijk, maar een andere partij vindt dat niet. De werkgroep harmoniseert waar mogelijk de tegenstrijdige beleidsuitgangspunten.


    De beleidsuitgangspunten zelf kunnen worden onderverdeeld in relatiegericht en locatiegericht. Relatiegerichte beleidsuitgangspunten zijn geschreven vanuit het perspectief van de weggebruiker. Locatiegerichte beleidsuitgangspunten zijn vooral geschreven vanuit het perspectief van de omgeving en de beheerder.


    Tot slot worden de hoofdlijnen van de geharmoniseerde beleidsuitgangspunten op papier gezet. Het doel hiervan is om, omwille van het overzicht, de lange lijst uitgangspunten terug te brengen tot een korte, bondige lijst.

    naar boven
  • Stap 3: Regelstrategie

    In deze fase wordt de eerste mijlpaal van het project bereikt, de regelstrategie. Nu wordt vastgelegd hoe er met het verkeer in de regio wordt omgegaan als er problemen zijn.


    Allereerst analyseert de expertgroep belangrijke gebieden en relaties binnen het verkeersnetwerk. Ook is het belangrijk dat er apart geprioriteerd wordt. Dit is noodzakelijk omdat per tijdsperiode het belang van een relatie/gebied verschillend is. Zo krijgen tijdens de spits woon-werkgebieden hoge prioriteit, buiten de spits economische centra en in het weekend ligt de prioriteit bij winkel- en recreatiegebieden.


    De expertgroep geeft op een kaart aan welke delen van het wegennet in principe beschikbaar zijn. Ook wegen die nadrukkelijk niet beschikbaar zijn, kunnen worden gemarkeerd. Aan de hand hiervan wordt het beschikbare netwerk bepaald. De expertgroep bepaalt vervolgens de voorkeurroutes die daarna door de werkgroep worden besproken. Door over deze problemen na te denken en bovenstaande werkwijze in acht te nemen, legt u een basis voor pro-actief verkeersmanagement.

    naar boven
  • Stap 4: Referentiekader

    De vertaling naar de praktijk wordt nu verder uitgewerkt door het opstellen van een referentiekader, een kwantitatieve specificatie van de gewenste situatie. De expertgroep selecteert relevante en bruikbare criteria voor het referentiekader. Dit referentiekader is een veelzijdig en bruikbaar instrument dat naderhand ook buiten het project gebiedsgericht benutten is te gebruiken. Het is bedoeld om knelpunten vast te stellen en te bepalen hoe ernstig die zijn.


    De expertgroep specificeert de criteria vervolgens. Er moet aangegeven worden waar, wanneer en voor welke situaties de gekozen criteria gehanteerd moeten worden. In deze stap beperkt zich dat nog tot de belangrijke(re) delen in het wegennet. Het resultaat is criteria per tijd en plaats, waarbij onder andere rekening gehouden wordt met specifieke doelgroepen en locaties waar netwerkdelen met een andere prioriteit samen komen. Het in deze stap opgestelde referentiekader is met name een soort checklist waarmee in een later stadium beleidsevaluaties uitgevoerd kunnen worden.

    naar boven
  • Stap 5: Beschrijving feitelijke situatie

    De feitelijke situatie is natuurlijk altijd anders dan zij in theorie wordt voorgesteld. In deze stap wordt daarom de feitelijke situatie beschreven door de expertgroep. Dit gebeurt door het referentiekader punt voor punt af te werken. Hierbij moet onder andere worden nagegaan wat de feitelijke waarde is voor een betreffend criterium.


    De context van de feitelijke situatie kan vervolgens op meerdere manieren in beeld gebracht worden. Bij het opstellen van de context moet de expertgroep zich richten op het zoeken naar verbanden en verklaringen voor de gevonden waarden. Verder is het verstandig een beschrijving op te stellen van bijvoorbeeld de relevante doelgebieden, relaties, het wegennet en de inrichting van het wegennet. De expertgroep moet ervoor zorgen dat er draagvlak is voor de context die ze opstellen. Dus of de werkgroepen de feitelijke situatie er ook daadwerkelijk in herkennen.

    naar boven
  • Stap 6: Knelpunten

    In deze stap vergelijkt de expertgroep de ‘Beschrijving feitelijke situatie’ met het Referentiekader, met als doel de identificatie en analyse van de knelpunten. In de vergelijking kunnen knelpunten betrekking hebben op zowel een relatie als op een locatie. Daarbij worden ook de oorzaken van de knelpunten en de samenhang tussen de verschillende knelpunten nader uitgezocht. Die kennis is nodig om later de (netwerk)services en maatregelen te kunnen ontwikkelen. Knelpunten met een onderlinge interactie worden op netwerkniveau aangepakt, voor de andere volstaan lokale maatregelen.


    Vervolgens prioriteert de expertgroep de knelpunten, door middel van een prioriteitenmatrix. Hoe hoger de prioriteit van het knelpunt, hoe belangrijker het is daar een oplossing voor te ontwikkelen. De werkgroep beoordeelt de matrix en stelt waar nodig aanpassingen door.

    Tot slot bepaalt de expertgroep de speelruimte in de feitelijke situatie: waar in het wegennet is er capaciteit voor extra verkeer? De resultaten van dit onderzoek worden vastgelegd in de Nota Feitelijke situatie en Knelpunten.

    naar boven
  • Stap 7: Services

    Nu wordt bepaald hoe de aangemerkte knelpunten worden aangepakt. Het gaat daarbij om ‘services’, verschillende oplossingssoorten zoals de instroom beperken, het verkeer omleiden enzovoort. Knelpunten die duidelijk samenhangen met andere knelpunten, krijgen speciale aandacht.
    Het is de taak van de werkgroep om een schets van de nodige services te maken. De werkgroep heeft namelijk elkaar later nodig om netwerkbreed de samenhangende knelpunten daadwerkelijk aan te pakken.


    Vervolgens vult de expertgroep de schets verder in en maakt een totaaloverzicht van de services. In het overzicht worden de services gedetailleerd uitgewerkt, nog zonder concrete maatregelen. In deze fase wordt namelijk alleen vanuit het oogpunt op de gewenste verkeerssituatie gewerkt.


    De werkgroep beoordeelt het overzicht en stelt waar nodig aanpassingen voor. De expertgroep harmoniseert daarna de aanpassingen. Nu kan voor het eerst een grove schatting gemaakt worden in hoeverre verkeersmanagement zal voldoen aan de ‘opdracht voor verkeersmanagement’ zoals verwoord in de Startnota.

    naar boven
  • Stap 8: Maatregelen

    In deze stap worden de services vertaald naar concrete maatregelen. In plaats van te stellen wat er moet gebeuren, wordt nu bepaald hoe het moet gebeuren. De expertgroep neemt het ‘Overzicht services’ als uitgangspunt en selecteert de juiste maatregelen. Het resultaat is een basislijst van realistische maatregelen waar bij elke maatregel beschreven staat welke service wordt bediend.


    De werkgroep beoordeelt vervolgens het ‘Overzicht maatregelen’. Vervolgens voegt de expertgroep per maatregel de kenmerken toe die van belang zijn voor het beoordelen van haalbaarheid, alsook voor het samenstellen van de maatregelprogrammering (dit zijn: realisatietermijn, kosten, effecten en bijbehorende service en netwerkservice).


    Met de gegevens wordt de Maatregelprogrammering door de expertgroep ontwikkeld. Hierin wordt eerst een prioritering gemaakt: maatregelen die essentieel zijn voor een netwerkbrede aanpak staan bovenaan. Hoe essentieel een maatregel is wordt bepaald door de ernst van een knelpunt in combinatie met de prioriteit van het netwerkdeel waarop de maatregel betrekking heeft (uit de regelstrategie), het effect van de maatregel, de realisatietermijn en de kosten. De maatregelprogrammering levert ook een tijdschema op voor de uitvoering. Op basis van het Overzicht netwerkservices, Overzicht services, Overzicht maatregelen en de Maatregelprogrammering stelt de expertgroep de Nota Services en Maatregelen op.


    De stuurgroep besluit op basis van deze nota welke maatregelen daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Daarnaast evalueert de stuurgroep in hoeverre de verwachtingen van verkeersmanagement realistisch waren. Deze overwegingen gebruikt de expertgroep in de Eindnota in stap 9.

    naar boven
  • Afronden project

    In deze laatste stap wordt het project Gebiedsgericht Benutten inhoudelijk en bestuurlijk afgerond. Hiermee wordt de weg vrijgemaakt voor de verdere operationalisering van Gebiedsgericht Benutten.


    Allereerst integreert de expertgroep alle overzichten en rapporten uit de voorgaande stappen tot één document: het Inhoudelijk Eindrapport. Dit document is nodig voor het overzicht en de uiteindelijke verantwoording.


    Vervolgens formuleert de werkgroep de ‘Opdracht voor het vervolg’. Hierin staat wat er moet gebeuren na dit project en gaat in op inhoudelijke werkzaamheden, het opstellen van regelscenario’s, het uitvoeren van operationeel verkeersmanagement en parallel daaraan het opstarten van het evaluatie- en monitoringsprogramma. De werkgroep beoordeelt de ‘Opdracht voor het vervolg’ en geeft eventuele wijzigingen door. De stuurgroep geeft vervolgens de formele bekrachtiging.


    Als sluitstuk wordt het Convenant Gebiedsgericht Benutten samengesteld. Het convenant is een zeer beknopte samenvatting van de resultaten van de vorige acties en van de afspraken voor het vervolg. Enerzijds staat de netwerkvisie voor verkeersmanagement hierin uitgewerkt, anderzijds staan ook de daarvoor gewenste maatregelen, inclusief de benodigde financiële en organisatorische voorwaarden erin. Als de bestuurders dit convenant hebben getekend, is het project Gebiedsgericht benutten officieel gesloten.

    naar boven