Beleid
Het externe veiligheidsbeleid voor vervoer van gevaarlijke stoffen is in 1996 vastgelegd in de nota RisicoNormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen.
In de
Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen geldend op 11-01-2010.pdf (980,3 Kb)
is het beleid t.a.v. Externe Veiligheid en transport van gevaarlijke stoffen nader uitgewerkt weergegeven. Deze risiconormering bestaat uit drie stappen:
- identificatie van risico's;
- normstelling en toetsing aan normen;
- indien noodzakelijk risicoreductie bij overschrijding van normen.
RBM II wordt expliciet genoemd als hulpmiddel bij identificatie van de risico's.
In deze circulaire en de
nota RisicoNormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen.pdf (56,1 Kb)
staat ook de normering voor plaatsgebonden risico en het groepsrisico beschreven.
Plaatsgebonden risico
Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico werd voorheen ook wel individueel risico genoemd.
De norm voor het plaatsgebonden risico ligt in principe op 10^-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde. Voor bestaande situaties met een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10^-6, geldt deze norm als streefwaarde. In zulke situaties geldt een standstillbeginsel totdat aan de norm van 10^-6 per jaar wordt voldaan. Voor kwetsbare bestemmingen die zich binnen een gebied bevinden met een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10^-5 per jaar is eerst sprake van een dringende sanering.
Groepsrisico
Het groepsrisico is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een transportroute in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute.
Voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer transportroute: 0,01 /N^2), waarbij N gelijk is aan het aantal dodelijke slachtoffers. Dus:
- voor tien of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 1/10^4, oftewel een kans van één op tienduizend per jaar;
- voor honderd of meer dodelijke slachtoffers is deze kans 1/10^6, oftewel één op een miljoen per jaar;
- voor duizend of meer dodelijke slachtoffers is deze kans 1/10^8.
In tegenstelling tot de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico mag van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico door het Bevoegd Gezag worden afgeweken, mits er een goede reden toe is. Hierbij met een verantwoording van het groepsrisico worden afgelegd.
