Veelgestelde vragen
Hieronder vindt u een overzicht van veelgestelde vragen over RBM II. Als u meer informatie wilt, kunt u contact opnemen met de helpdesk. De contactgegevens vindt u rechts op deze pagina.
- Hoe moet ik de aanwezigheid van wissels en overwegen vastleggen in RBM II?
- Kan ik berekende resultaten opslaan in RBM II?
- Hoe berekent RBM II de kans op een BLEVE door brand?
- Kan RBM II ook een risicoanalyse van pijpleidingen uitvoeren?
- Kan iedereen RBM II gebruiken?
- Hoe gebruik ik de geografische achtergrond?
- Is RBM II ook van toepassing op emplacementen en raccordementslijnen?
- Hoe modelleer ik een splitsing, kruispunt of klaverblad?
- Waar vind ik de telgegevens van het vervoer van gevaarlijke stoffen
- Hoe kom ik aan de vervoersgegevens van het Basisnet en de te hanteren warme/koude BLEVE verhouding bij spoor.
- Is RBM II geschikt voor gebruik onder Windows 7?
- In de rapportage van RBMII krijg ik niet alle bebouwingsvlakken te zien. Hoe kan dat?
-
Hoe moet ik de aanwezigheid van wissels en overwegen vastleggen in RBM II?
De basisfaalfrequentie voor transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (vrije baan) bedraagt 3,6E^-8 per wagon kilometer. Er wordt uitgegaan van gemiddeld 0,66 overwegen per kilometer baanvak en 0,266 wissels per kilometer baanvak [uit: Basisfaalfrequenties voor het transport van gevaarlijke stoffen over de vrije baan; SAVE: mei 1995].
Op basis van deze casuïstiek is bepaald dat:
- de generieke frequentie zonder overwegen en wissels 2,2E^-8 per wagon kilometer bedraagt;
- voor hoge snelheidstrajecten (> 40 km/h) deze frequentie met factor 1,26 vermenigvuldigd moet worden;
- voor lage snelheidstrajecten (< 40 km/h) deze frequentie met factor 0,62 vermenigvuldigd moet worden;
- deze frequentie met 0,8 E^-8 per overweg vermeerderd moet worden (in formulevorm: frequentie + [aantal overwegen x 0,8 E^-8 / lengte traject]);
- deze frequentie met 3,3 E^-8 per wagon kilometer vermeerderd moet worden als er zich binnen een kilometer baanvak 1 of meer wissels bevinden.
Wat betekent dit voor de invoer van wissels en overwegen in RBM II?
Aantal wissels:
Per traject moet worden aangegeven of er al dan niet wissels aanwezig zijn. Als er op het hele tracé geen wissels voorkomen, kan de waarde 'nee' worden ingevoerd. Dit betekent dat er zonder wisseltoeslag wordt gerekend. Als niet bekend is of er zich wissels op het tracé bevinden, moet gerekend worden met het standaard aantal wissels per kilometer baanvak van gemiddeld 0,266 (letter 'S' of 'Standaard' invoeren, dit is tevens de defaultwaarde). In dat geval wordt de wisseltoeslag van 3,3 E^-8 per wagon kilometer gecorrigeerd met dat gemiddelde.Indien de locatie van de wissels op het tracé bekend zijn, wordt geadviseerd het tracé op te splitsen in delen met en zonder wissels. Bij de delen (in RBM II trajecten genoemd) zonder wissels dient de waarde 'nee' ingevoerd te worden en bij de delen met 1 of meer wissels dient de waarde 'ja' ingevoerd te worden. In dat geval wordt de frequentie met een wisseltoeslag van 3,3 E^-8 per wagon kilometer vermeerderd.
Aantal overwegen
Als het aantal overwegen op een tracé/traject niet bekend is, wordt er gerekend met het standaard aantal overwegen van gemiddeld 0,66 per kilometer (letter 'S' of 'Standaard' invoeren, dit is tevens de defaultwaarde). In dat geval wordt de overwegtoeslag van 0,8 E^-8 daarmee gecorrigeerd. Als het aantal overwegen op een tracé/traject wel bekend is, kan dat aantal worden ingevoerd. RBM II corrigeert de overwegtoeslag per kilometer met het aantal ingevoerde overwegen en de lengte van het tracé/traject.naar boven -
Kan ik berekende resultaten opslaan in RBM II?
Na een berekening kunt u de grafische resultaten opslaan in een bestand. Hetzelfde geldt voor een gegenereerd rapport. Zo kan de geografische presentatie met de PR-contouren en de verschillende GR-grafieken als figuur worden opgeslagen. De rekenresultaten maken echter geen deel uit van het RBM II-bestand en worden, vanuit efficiencyoogpunt, dus niet met het bestand opgeslagen. Dit betekent dat bij heropening van een bestand de berekening altijd opnieuw moet worden uitgevoerd.
naar boven -
Hoe berekent RBM II de kans op een BLEVE door brand?
De kans op een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) door brand is evenredig met het gemiddeld aantal wagons brandbare vloeistof in een bonte trein. In het verleden is hiervoor een standaardwaarde (2) gekozen. In RBM II moet echter het gemiddeld aantal wagons brandbare vloeistof voor een bonte trein worden opgegeven, daarna wordt met deze factor gerekend. De afleiding van deze relatie komt uit het rapport De basisfaalfrequenties voor het transport van gevaarlijke stof over de vrije baan. Dit rapport is tevens gebruikt als uitgangspunt voor het Paarse Boek.
naar boven -
Kan RBM II ook een risicoanalyse van pijpleidingen uitvoeren?
Nee, in RBM II is de modaliteit voor pijpleidingen niet opgenomen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu (voorheen: VROM) is bezig een rekenmodule te ontwikkelen.
naar boven -
Kan iedereen RBM II gebruiken?
Ja, het is door iedereen te gebruiken, hoewel bij de gebruiker wel enige kennis en ervaring op het gebied van risicoanalyse wordt verondersteld.
RBM II is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en is verkrijgbaar voor belanghebbenden in het veld. RBM II is een gestandaardiseerde rekenmethodiek voor het berekenen van de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
naar boven -
Hoe gebruik ik de geografische achtergrond?
Via het menu Layer kunnen (externe) layers worden geïmporteerd. Deze layers kunnen als geografische ondergrond worden gebruikt. Alleen zogenaamde pixellayers zoals TIFF- en BMP-bestanden kunnen worden geladen. De geïmporteerde layers kunnen ook via de menu worden verwijderd (zie Handleiding paragraaf 4.1.6). Deze bestanden/kaarten kunnen niet binnen RBM II geschaald worden en/of voorzien van coördinaten. Wel is het mogelijk om bestanden (zoals TIFF en JPG) in te lezen, waarin deze coördinaten al aan het bestand zijn meegegeven. Dergelijke bestanden kunnen door GIS-pakketten worden gemaakt. De coördinaten worden dan door RBM II herkend en de geschaalde kaart kan vervolgens als achtergrond worden gebruikt.
Zie voor meer uitleg ook de sheets van de gebruikersdagen 2009.
naar boven -
Is RBM II ook van toepassing op emplacementen en raccordementslijnen?
Nee, emplacementen vergen een andere risicomodellering dan waarin RBM II voorziet.
RBM II gaat in zijn berekeningen voor de modaliteit spoor uit van de 'vrije baan'. Dit is het doorgaande spoor bestemd voor openbaar vervoer en goederenvervoer. Er wordt dus geen rekening gehouden met raccordementslijnen of emplacementen.
Een raccordementslijn is een spoorweg die niet bestemd is voor openbaar vervoer en die aansluit op de openbare spoorweg. Deze spoorlijntjes worden ook wel fabriekssporen genoemd. Hier geldt een maximumsnelheid van dertig kilometer per uur.
naar boven -
Hoe modelleer ik een splitsing, kruispunt of klaverblad?
In RBMII kunnen verschillende routes, richtingen in principe wel in een keer (gelijktijdig) gemodelleerd worden, maar doordat het programma slechts één "kilometer-met-hoogste groepsrisico" bepaalt, is het beter om de verschillende routes apart door te rekenen.
In de
Memo hoe modelleer ik splitsing, kruispunt of klaverblad.pdf (53,4 Kb)
wordt aangegeven hoe. naar boven -
Waar vind ik de telgegevens van het vervoer van gevaarlijke stoffen
De data van de tellingen en toedelingen (inschattingen van jaarintensiteiten op knooppunten, niet getelde wegen en nieuw aan te leggen wegen) en de Google Earth bestanden zijn nu te downloaden vanaf de site.
De erbij horende teksten over de data van de tellingen vindt u hier.
De algemene teksten over het transport van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen op deze_pagina.
De kaders en richtlijnen die DVS heeft opgesteld ten behoeve van planstudies zijn te vinden tussen de documenten.
naar boven -
Hoe kom ik aan de vervoersgegevens van het Basisnet en de te hanteren warme/koude BLEVE verhouding bij spoor.
De vervoersgegevens zijn opgenomen in de documenten van het Basisnet Spoor en in de circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen.
De circulaire en documenten van het Basisnet zijn te vinden op onze website onder het kopje Documneten.naar boven -
Is RBM II geschikt voor gebruik onder Windows 7?
RBM II kan wel onder windows 7 worden gebruikt , maar is hierop nog niet uitgebreid getest. Er is bij de ontwikkeling van RBM II geen rekening gehouden met schrijfbeperkingen van sommige directories in Windows 7. Om problemen hiermee te voorkomen is het van belang dat u RBMII v2.0 in een niet-systeem-directory installeert op de C schijf, bijvoorbeeld C:\RBM_versie2.
Gebruik van RBM II v2.0 in een Windows Vista omgeving wordt, vanwege geconstateerde bugs, afgeraden.
naar boven -
In de rapportage van RBMII krijg ik niet alle bebouwingsvlakken te zien. Hoe kan dat?
Omdat het aantal bebouwingsvlakken in de meeste gevallen erg hoog kan oplopen is er voor gekozen deze bebouwingsvlakken niet meer allemaal in de rapportage op te nemen. Als bewijsmateriaal voor correcte toepassing van de bebouwing, dient u daarom gebruik te maken van de RBMII-projectfile.
naar boven
