| 1994 |
Startnotitie
Met het
verschijnen van een Startnotitie maakt de minister van Verkeer en
Waterstaat het voornemen bekend om een studie uit te voeren naar de
problemen op de Randweg Eindhoven. Deze notitie beschrijft het
probleem en een voorstel voor de manier waarop een onderzoek naar de
problemen moet worden aangepakt. De Startnotitie heeft ter inzage
gelegen en iedereen heeft de gelegenheid gehad hierop te reageren
tijdens de inspraakperiode. |
| 1995 |
Richtlijnen voor
onderzoek
Op basis van de
Startnotitie en de inspraakreacties hebben de ministers van Verkeer
en Waterstaat (V&W) en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer (VROM) richtlijnen voor het uitvoeren van de studie
vastgesteld. In de richtlijnen wordt benoemd waar de studie aan moet
voldoen. |
| 1998 |
Trajectnota/MER (Milieu-effectrapportage)
Na het
vaststellen van de Richtlijnen is Rijkswaterstaat aan de slag gegaan
met het uitvoeren van het onderzoek naar mogelijke oplossingen voor
het fileprobleem. In 1998 verscheen de Trajectnota met daarin zes
mogelijke oplossingen (alternatieven) voor de problemen. Ook deze
Trajectnota/MER heeft acht weken ter inzage gelegen voor iedereen om
erop te reageren. |
| 2000 |
Standpuntbepaling door
ministers
Uit de zes
alternatieven hebben de ministers van V&W en VROM een
alternatief gekozen dat de voorkeur verdient. Dit is het Meest
Milieuvriendelijke Alternatief geworden. Dit voorkeursalternatief
wordt door Rijkswaterstaat uitgewerkt. |
| 2001 |
Ontwerp-tracébesluit
In het
Ontwerp-tracébesluit is het Meest Milieu Vriendelijke Alternatief
uit de Trajectnota/MER aangepast en gedetailleerd uitgewerkt.
Hierbij is rekening gehouden met de inspraakreacties die in 1998
zijn ingediend op de Trajectnota/MER Tangenten Eindhoven. Het
Ontwerp-tracébesluit heeft van 17 december 2001 tot en met 11
februari 2002 ter inzage gelegen zodat een ieder de gelegenheid had
erop te reageren. |
| 2003 |
Tracébesluit
Na de inspraak op
het Ontwerp-tracébesluit hebben de ministers het Tracébesluit
vastgesteld. Het vaststellen van het Tracébesluit betekent dat op
dat moment een definitief besluit is genomen voor de gekozen
oplossing. Het is nog wel mogelijk beroep in te stellen bij de Raad
van State. Dit kan tot zes weken na de publicatie van het Tracébesluit.
Het Tracébesluit heeft van 28 januari tot en met 10 maart 2003 ter
inzage gelegen in gemeentehuizen en bibliotheken in de regio
Eindhoven. |
| 2003 |
Zitting afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
Op 20 november 2003 zijn de plannen voor de grote ombouw van de
Randweg Eindhoven door de Raad van State beoordeeld. N.a.v. de
plannen voor de verbreding in het Tracébesluit konden
belanghebbenden een beroep indienen bij de Raad van State. In totaal
werden dertien beroepen door de Raad van State behandeld. Tien van
de dertien bezwaarmakers maakten van de gelegenheid gebruik om hun
zaak mondeling aan de Raad van State voor te leggen.
Enkele van de bezwaarmakers hebben beroep ingediend met betrekking
tot hun eigen woonsituatie. Ze vrezen voor extra geluidsoverlast of
zijn het met Rijkswaterstaat niet eens kunnen worden over de
overdracht van benodigde grond. In de zitting bij de Raad van State
kregen de bezwaarmakers de gelegenheid hun klacht aan de Afdeling
Bestuursrechtspraak voor te leggen. Het ministerie van Verkeer en
Waterstaat kreeg daarop de gelegenheid om op deze bezwaren te
reageren. Op basis van deze informatie besluit de Raad van State of
de plannen voor de verbreding van de randweg rechtmatig en zijn en
de procedures correct zijn doorlopen.
|
| 2004 |
Uitspraak
Raad van State
In maart 2004 heeft de Raad van State uitgesproken dat de plannen
op een zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. De ingediende beroepen
zijn afgewezen. Voor één locatie heeft de Raad van State een uitzondering
gemaakt. Voor deze specifieke situatie is nog een reparatie-tracébesluit gemaakt dat in 2005 is vastgesteld. |
|
| |