Vegetatie

De vegetatie die te vinden is op kwelders is zeer divers en complex, dit komt onder andere door de hoogteverschillen van de kwelders en de daarbij behorende omstandigheden waarin verschillende plantensoorten kunnen gedijen.

Een landschap dat onder invloed staat van de zee, is grofweg in te delen in een aantal verschillende vegetatiezones. 

  • De intergetijdenzone, de vrijwel onbegroeide zone die het meest wordt overspoeld en waar zeegrassen kunnen voorkomen. 
  • De pionierzone, ook wel de laagst begroeide kwelderzone. Deze wordt tweemaal per dag overspoeld en bevindt zich rond gemiddeld laagwater (GLW).
  • De lage kwelder, deze zone ligt iets hoger dan de gemiddeld hoogwaterlijn (GHW) en wordt ongeveer 300 tot 150 keer per jaar overspoeld. 
  • De middelhoge kwelder, de zone die ongeveer 30 à 40 cm boven GHW ligt en ongeveer 100 tot 70 keer per jaar wordt overspoeld. 
  • De hoge kwelder, de zone die circa 70 cm boven GHW ligt en maximaal 30 tot 20  keer per jaar wordt overspoeld.
  • De climaxzone, het eindstadium van de successie.
  • De brakke kwelder, hier ontmoeten zoet en zout water elkaar.       

 

Intergetijdenzone

De intergetijdenzone bestaat uit platen en geulen. Het is een gebied waar zich veel wieren kunnen bevinden. Geulen kunnen verder begroeid zijn met groot zeegras en platen met klein zeegras. Vanuit de intergetijdenzone kan een kwelder ontstaan. Het patroon van platen en geulen is vaak ook nog herkenbaar op begroeide kwelders.

Pionierzone

Wieren en andere plantensoorten die een belangrijke rol spelen in de vorming van kwelders, zoals Engels slijkgras, langarige zeekraal, kortarige zeekraal en klein schorrenkruid, treffen we aan in de pionierzone. De planten zorgen voor extra invang van slibdeeltjes. Het effect is dat deze opslibbing voor een versnelde kweldergroei zorgt. De begroeiingen in deze zone behoren tot de meest natuurlijke plantengemeenschappen die we in Nederland kennen.

Lage kwelder

Als de planten van de pionierzone voldoende slib hebben ‘ingevangen’, kan al na vijf jaar een lage kwelderzone ontstaan. Op de lage kwelder krijgen meerjarige plantensoorten de kans om te groeien. Doorgaans vinden we twaalf verschillende plantensoorten. In het voorjaar bloeit het Engels lepelblad met zijn witte bloemen, andere soorten zijn: gerande schijnspurrie, schorrenzoutgras en gewone zoutmelde. 

In beweide gebieden vinden we vooral veel gewoon kweldergras, dit is een eiwitrijk gras dat ook zeer geliefd is bij wilde ganzen, zoals de rotgans en de brandgans. In onbeweide gebieden kunnen de bloemen van lamsoor en zulte in juli en augustus de gehele lage kwelder paars kleuren. In Zuidwest-Nederland groeit op lage kwelders ook veel Engels slijkgras, dat hier dominant kan optreden.

Middelhoge kwelder

Net als bij de lage kwelder, geldt ook voor de middelhoge kwelder dat de begroeiing sterk afhankelijk is van beweiding. Zo groeit er bij beweiding in de kommen veel zilte rus en melkkruid. Bij minder intensieve beweiding steekt rood zwenkgras en Engels gras de kop op. Wanneer beweiding uitblijft nemen grovere soorten steeds meer de overhand. Soorten als zeealsem, zeerus en als laatste zeekweek gaan de middelhoge kwelder domineren naarmate de kwelder ouder wordt. 

Hoge kwelder

De hoge kwelder wordt alleen nog overspoeld tijdens stormen of bij springtij. Vaak gaat het om dijk- of duinvoeten, waar geen of nauwelijks enige opslibbing plaatsvindt. De belangrijkste plantensoorten die op de hoge kwelder voorkomen zijn fioringras, rood zwenkgras, zeekweek, kattendoorn, Engels raaigras, veldbeemdgras, allerlei klavers, zilverschoon, strandduizendguldenkruid, kleine leeuwentand, hertshoornweegbree, muurpeper, Deens lepelblad, sierlijke vetmuur en allerlei mossen. De locaties zijn vaak al veel soortenrijker, met zo nu en dan ook zoete (duin)soorten.

Climaxzone

De climaxzone is het eindstadium van de successie. Op een zilte kwelder is meestal vegetatie te vinden die gedomineerd wordt door zeekweek. Deze plant kan tot wel een meter hoog worden en heeft vaak een dik pakket strooisel, dat ervoor zorgt dat andere planten hier nauwelijks kunnen groeien

Brakke kwelder

Plaatsen waar zoet en zout water bij elkaar komen kan voorkomen op inundatieplekken op de hoge kwelder, waar regenwater stagneert, nabij duinen waar zoet kwelwater zich aan de oppervlakte bevindt of daar waar beek- of rivierwater zich vermengt met het zeewater. 

Nog meer dan op de hoge kwelder speelt in de brakke kwelder zoet water een rol. Brakke vegetatietypen worden dan ook gekenmerkt door een combinatie van 'zoete' en 'zoute' plantensoorten. Fioringras, zulte en zeebies domineren de vegetatie vaak over grote oppervlakten, regelmatig afgewisseld door brakke rietvelden. Andere typisch brakke soorten zijn: rode en zeegroene ganzenvoet, slanke waterbies, moeraszoutgras, de zeldzame rode bies, zilverschoon, fraai duizendguldenkruid, rode ogentroost, rietzwenkgras, ruwe bies, zilt torkruid en in Zuidwest-Nederland echt lepelblad en heemst.