Maas: herstellen beekmondingen

Het herstellen van maar liefst 64 beekmondingen in Limburg en Noord-Brabant. Dat is wat Rijkswaterstaat en drie waterschappen de komende jaren gezamenlijk gaan doen. Herstel is nodig omdat de vissen vanuit de Maas de zijbeken momenteel veelal niet kunnen bereiken. Dit komt door obstakels in de mondingen.

Visonvriendelijk

In het verleden werd de natuurlijke stroom van de beken vaak veranderd. Er werden bijvoorbeeld sluisjes in de beken gemaakt. Hiermee konden de waterschappen de waterafvoer beter regelen. Dit was goed voor de landbouw maar niet voor de vissen in de beken; vissen komen niet langs de sluisjes. Ook werden de beken vaak rechtgetrokken. Hierdoor zijn de oevers nu steil en soms ook verhard. De vissen kunnen langs deze oevers niet paren en uitrusten.

Voortplanting

De vissen hebben de kleine stromende wateren nodig om zich daar voort te planten en op te groeien. Sommige vissen blijven hun hele leven lang in de beken en de Maas, andere vissen trekken ook naar zee, zoals de zalm en de zalmforel.

Herstel Vlootbeek

Rijkswaterstaat en de drie waterschappen (Roer en Overmaas, Peel en Maasvallei en Aa en Maas) werken de komende jaren samen om de beekmondingen in hun oude staat terug te brengen. In 2008 was de Vlootbeek bij Linne al aan de beurt; hier hebben we twee vistrappen aangelegd en de oevers minder steil gemaakt.

Vistrap in de Vlootbeek bij Linne, met een oever van gras

Vistrap in de Vlootbeek bij Linne