Gevolgen

Het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen heeft verschillende gevolgen. In het Haringvliet ontstaat weer een natuurlijk overgangsgebied van zoet en zout water.

Planten en dieren

Het Haringvliet verandert van een zoetwatergebied in een gebied waar rivierwater en zeewater natuurlijk in elkaar overlopen en zo een brakwateromgeving vormen. Planten en dieren die karakteristiek zijn voor zo’n omgeving zullen weer terugkomen in het westelijke deel van het Haringvliet. 

Als de sluizen op een kier staan vormen ze geen belemmering meer voor vissen om het Haringvliet op te zwemmen. Trekvissen als de zalm, forel en fint kunnen de sluizen passeren en verder de rivieren opzwemmen naar hun paaiplaatsen. Het op een kier zetten van de Haringvlietsluizen is een belangrijke stap voor het herstel van de ecologie (samenhang tussen dieren, planten en omgeving) in de monding van de Rijn en de Maas.

Zout

Door de maatregel komt het zout weer terug in het westelijke deel van het Haringvliet. De sluizen worden zo beheerd dat het brakke water niet verder komt dan de denkbeeldige lijn Middelharnis – monding Spui. Als er te weinig water door de rivier stroomt om het brakke water ten westen van deze lijn te houden, gaan de sluizen dicht. 

Voordat de sluizen dichtgaan wordt het brakke water uit het Haringvliet gespoeld, het zogenaamde ‘zoetspoelen’. Het oostelijke deel van het Haringvliet en het Hollandsch Diep blijven zoet. Ook de Biesbosch blijft, net als vroeger, een zoet water. 

Waterinnamepunten

Het verplaatsen van de waterinnamepunten (plaatsen waar zoet water uit het Haringvliet wordt gehaald) is een van de compenserende maatregelen die wordt genomen. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat de landbouw en drinkwaterproducenten geen nadeel ondervinden van het op een kier zetten van de sluizen. 

Op Goeree-Overflakkee worden de waterinnamepunten bij het Zuiderdiep en Scheelhoek verplaatst. Op Voorne-Putten worden de innamepunten bij Hellevoetsluis en Oudenhoorn verplaatst naar de Bernisse – een binnendijkse watergang. Dit is noodzakelijk om, als de sluisdeuren op een kier staan en zout water het Haringvliet instroomt, zoet water te kunnen blijven innemen. 

Aansluitend op de nieuwe innamepunten worden nieuwe wateraanvoertrajecten (een stelsel van watergangen om zoet water aan te voeren) op beide eilanden aangelegd. Meer informatie over deze wateraanvoertrajecten is te vinden op de website van de provincie Zuid-Holland (klik rechts onder ‘Zie ook’). 

Scheepswerven

Ook voor twee scheepswerven in de binnenhaven van Stellendam zijn compenserende maatregelen nodig. Door het brakke water ontstaat eerder roestvorming wat schade kan opleveren aan de schepen. Vanwege mogelijke negatieve financiële gevolgen voor de werkzaamheden bij de scheepswerven worden deze werven financieel gecompenseerd.

Eb en vloed

In het Haringvliet bestaat een klein getijverschil van dertig centimeter (verschil tussen het gemiddelde hoogwater en laagwater) door de indirecte open verbinding met zee. Het Haringvliet en de zee zijn met elkaar verbonden via Spui - Oude Maas - Nieuwe Waterweg. Door de sluizen op een kier te zetten, verandert het getijverschil niet noemenswaardig. Eb en vloed –zoals van vóór de afsluiting van het Haringvliet– komen niet terug. Daarvoor is de opening te klein.