Procedure en samenwerking
Om te bepalen wat de effecten van een ander beheer van de Haringvlietsluizen zouden zijn, is in 1998 een milieueffectrapportage (m.e.r.) opgesteld. In de rapportage staat wat de mogelijke effecten zijn van de maatregelen op de natuur, de aanvoer van zoet water voor landbouw en de productie van drinkwater, scheepvaart, visserij en recreatie.
Alternatieven sluisbeheer
In de m.e.r. zijn vier alternatieven voor het sluisbeheer onderzocht. Deze varieerden van het helemaal openzetten van de sluizen tot het instandhouden van de huidige situatie. Momenteel zijn de sluizen bij vloed geheel gesloten en gaan ze bij eb open om overtollig rivierwater te lozen. Na het onderzoek kwam de variant ‘Getemd Getij’ als voorkeursvariant naar voren.
Haringvlietsluizen
Kier-variant
Op basis van de nadelen van Getemd Getij heeft de staatssecretaris van het ministerie van Verkeer en Waterstaat in 2003 gekozen voor het uitvoeren van de Kier-variant. Bij het Kierbesluit gaan de sluizen bij eb én vloed beperkt open.
Vijf jaar na invoering van de maatregelen worden de effecten geëvalueerd. Het accent ligt daarbij op zoutgehalten in het westelijke deel van het Haringvliet, natuur en visintrek.
Het Kierbesluit wordt stapsgewijs en gecontroleerd ingevoerd zodat het beheer kan worden aangepast als ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Over de uitvoering van de compenserende zoetwatermaatregelen vindt op korte termijn overleg plaats met de provincie Zuid-Holland en het waterschap Hollandse Delta.
Samenwerking
De werkzaamheden worden door drie partijen uitgevoerd/gefinancierd. Dit zijn de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en Infrastructuur en Milieu (IenM) en de provincie Zuid-Holland.
Provincie Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor het verplaatsen van de innamepunten en aanleggen van nieuwe wateraanvoertrajecten op Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten. Een wateraanvoertraject is een stelsel van watergangen om zoet water aan te voeren. De maatregelen zijn nodig omdat enkele huidige innamepunten van het waterschap Hollandse Delta en het drinkwaterbedrijf Evides door het op een kier zetten van de sluizen in het brakwatergebied komen te liggen. De provincie heeft hiervoor de projectorganisatie Maatregelen Kierbesluit opgericht. Meer informatie is te vinden op de website van de provincie (klik rechts onder ‘Zie ook’).
Ministerie vanInfrastructuur en Milieu
Rijkswaterstaat, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, zorgt ervoor dat het beheerplan van de Haringvlietsluizen wordt aangepast. Hiervoor stelt de organisatie een nieuw sluisbedieningsprogramma op en voert dat in vanaf 1 december 2010. Rijkswaterstaat zorgt ook voor een meetnet dat de zoutgrens bewaakt. Daarnaast houdt de organisatie in de gaten wat de effecten van de maatregelen zijn op natuur en milieu in het Haringvliet en op trekvissen. Rijkswaterstaat legt verder de afspraken over het ‘zoet houden van’ de innamepunten vast met individuele waterschappen en drinkwaterbedrijven.
Ministerie van LNV
Het ministerie van LNV is een belangrijke mede-financier van het project.
