Dijkversterkingen en dijkbewaking
Een dijk is een aangelegde verhoging, die het achterliggende land beschermt tegen hoogwater en golven. Dit wordt ook wel een waterkering genoemd. Rijkswaterstaat versterkt de komende jaren grote delen van de dijken in Nederland.
Dijkversterkingen
De waterschappen en Rijkswaterstaat versterken de komende jaren grote delen van de dijken in Nederland. Dit is nodig om de dijken aan te passen aan de veiligheidsnormen 1:250 (Limburgse Maas), 1:1250 (grote rivieren), 1:4000 (kust en meren) en 1:10.000 (Randstad). Dit wil zeggen dat de dijken na deze aanpassingen een extreem zware storm en hoogwater aankunnen.
De kans dat zo’n zware combinatie van storm en afvoer komt, is één keer in 1/250e per jaar, 1/1250 per jaar, 1/4000e per jaar of 1/10000e per jaar. In een mensenleven van 80 jaar is de kans bij de grote rivieren dus 6,4 %.
Dijkbewaking
Sinds de watersnoodramp van 1953 zijn er verschillende dijkdoorbraken geweest in regionale wateren, onder andere langs de Dommel en de Berkel. De zeeweringen en de dijken langs de grote rivieren en meren hebben het na 1953 gelukkig altijd gehouden. Dat wil niet zeggen dat we sindsdien blindelings kunnen vertrouwen op de dijken. Bij extreme weersomstandigheden lopen ze nog steeds gevaar.
Het KNMI maakt dagelijks een verwachting voor het weer en op basis hiervan voor de verwachte afwijking van de waterstand (opzet). Tijdens storm maakt de Waterkamer van het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN ) afvoervoorspellingen voor de Maas en Rijn.
Het KNMI maakt dagelijks een verwachting voor het getij. De Stormvloedwaarschuwingsdienst houdt alle ontwikkeling rondom de verwachtingen scherp in de gaten. Als er een gevaarlijke waterstand bereikt is, geeft de dienst een signaal af aan de beheerder van de dijk. Deze kan dan passende maatregelen nemen om een dijkdoorbraak te voorkomen.
