Sterkte en Belastingen Waterkeringen
De wet bepaalt dat de belangrijkste Nederlandse waterkeringen, zoals dijken, duinen en sluizen, vanaf 2011 iedere zes jaar getoetst moeten worden. De toetsing verschaft inzicht in de actuele veiligheid van deze zogenaamde primaire waterkeringen. De resultaten dienen als basis voor het uitvoeren van verbeteringswerken.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu stelt voor deze toetsing het Wettelijk Toetsinstrumentarium (WTI) vast. Dit instrumentarium bestaat uit het Voorschrift Toetsen op Veiligheid (VTV) en de Hydraulische Randvoorwaarden (HR). De volgende versie wordt begin 2012 vastgesteld. Om de toets goed uit te kunnen voeren, is het van belang om te weten wat de belastingen zijn waartegen de waterkeringen bestand moeten zijn, en of de waterkeringen sterk genoeg zijn.
Verbeteren regels en modellen
Bij de toets maken de waterkeringbeheerders gebruik van verschillende rekenregels en modellen die in het Wettelijk Toetsinstrumentarium staan. Rijkswaterstaat doet in het programma Sterkte en Belastingen Waterkeringen (SBW) onderzoek om deze regels en modellen te verbeteren. Zo kunnen waterkeringen steeds nauwkeuriger worden getoetst en wordt duidelijk welke waterkeringen extra aandacht nodig hebben.
Onderzoeksprogramma
Het onderzoeksprogramma SBW wordt uitgevoerd in opdracht van het Directoraat Generaal Water van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De Waterdienst, onderdeel van Rijkswaterstaat, is verantwoordelijk voor de uitvoering van SBW. Voor de uitvoering wordt onafhankelijke kennisinstituut Deltares ingeschakeld. Waar nodig betrekt Deltares marktpartijen bij het onderzoek.
Het SBW-onderzoeksprogramma 2006-2010 bevindt zich in de afrondende fase. Daarom werkt SBW – in nauwe samenwerking met Deltares – aan de programmering van het onderzoek voor de periode 2011-2016. Een eerste inventarisatie heeft 69 mogelijke onderzoeksideeën opgeleverd. Deze onderwerpen zijn gescreend op hun relevantie voor het verbeteren van het toetsen van primaire waterkeringen. Deltares heeft de negentien overgebleven ideeën nader uitgewerkt. Volgende stap is de besluitvorming over welke van deze onderwerpen worden opgenomen in het komende SBW-programma. Om deze stap goed te kunnen zetten, worden ook waterkeringbeheerders en ingenieursbureaus betrokken.
