Ontgrondingenwet

De Ontgrondingenwet regelt het winnen van zand, grind, klei en andere materialen uit de Nederlandse bodem. Bedrijven die voor dat doel uit de rivierbedding of Noordzee grond willen winnen moeten bij Rijkswaterstaat een vergunning aanvragen op basis van de Ontgrondingenwet.

Graven in de Nederlandse (water)bodem mag niet zomaar. Voor iedere kuil, sloot of plas die men wil graven is in principe een vergunning nodig. In de praktijk zijn echter allerlei vrijstellingen van deze wet. Bijvoorbeeld voor het aanleggen van wegen, woonwijken, vliegvelden en havens, en het uitoefenen van landbouw.

Grondstoffen bouwsector

De Ontgrondingenwet regelt vooral het afgraven van zogenaamde oppervlaktedelfstoffen, zoals zand, grind, klei en schelpen. Dit zijn belangrijke grondstoffen voor de bouwsector. Dit soort delfstoffen wordt veel gewonnen langs en in de rivieren, maar ook in de Noordzee.

Vergunning aanvragen

Voor ontgrondingen in de Noordzee en in de ‘natte gedeelten’ van de rivierbedding moet een vergunning bij Rijkswaterstaat worden aangevraagd. Zo wordt voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte zand afgegraven in de Noordzee, waarvoor Rijkswaterstaat een vergunning heeft verleend op basis van de Ontgrondingenwet. Voor ontgrondingen in de uiterwaarden moet meestal een vergunning aangevraagd worden bij de Provincie.

Kosten

Vergunningen op basis van de Ontgrondingenwet worden veelal aangevraagd door aannemers, bouw- en baggerbedrijven. Voor de vergunning moet men rechten te betalen, vermeerderd met een opslag die afhangt van de hoeveelheid materiaal die afgegraven wordt. Bij zeer grote hoeveelheden (meer dan 100 hectare / meer dan een miljoen kubieke meter) dient ook een Milieueffectrapportage worden opgesteld.

Wetswijziging

Op 1 februari 2008 is de Ontgrondingenwet gewijzigd. De belangrijkste wijziging is het vervallen van de taakstelling voor het winnen van zand en grind. Productie van zand, klei en grind zijn niet langer het belangrijkste doel.

Per provincie wordt ook niet meer bepaald waar en hoeveel zand, grind en klei uit de bodem gehaald moeten worden. De vraag naar deze grondstoffen en de prijs daarvan maken voortaan uit of en waar ontgrond gaat worden. Vervolgens weegt de Provincie de effecten van een ontgronding en beoordeelt daarna of deze mag doorgaan.