Mobiliteitsonderzoek Nederland
Het mobiliteitsonderzoek Nederland is een onderzoek dat zich richt op de mobiliteit van Nederlanders. Hoe, waarom, wanneer en waarheen Nederlanders zich verplaatsen zijn allemaal zaken die in het Mobiliteitsonderzoek Nederland (MON) naar voren komen.
Het doel van het MON is om snel en flexibel informatie te kunnen leveren voor beleidsmakers op het gebied van verkeer en vervoer. Het gaat daarbij niet alleen om beleidsmakers binnen de Rijksoverheid, maar ook om lokale overheden, zoals gemeenten en provincies.
Concept MON
Het MON bestaat uit twee soorten onderzoek: standaardonderzoek en specifiek onderzoek. Beide zijn uitvoerbaar op zowel nationaal als regionaal niveau. Hierdoor ontstaan er vier elementen:
Basisonderzoek
Het basisonderzoek, het standaardonderzoek op nationaal niveau, is een continu onderzoek naar de mobiliteit van de Nederlandse bevolking. Er worden dagelijks gegevens verzameld over de verplaatsingen van individuen. Dit zijn gegevens als het doel van de verplaatsing, de herkomst en bestemming, de vervoerwijze en het tijdstip. Ook worden gegevens over het huishouden geregistreerd. Voorbeelden daarvan zijn: samenstelling en grootte van het huishouden en leeftijd, geslacht en opleiding van de personen. Op grond van het basisonderzoek zijn uitspraken te doen over alle verplaatsingen die beginnen en/of eindigen in Nederland (met uitzondering van vakanties) van alle inwoners van Nederland (met uitzondering van tehuisbewoners).
Meerwerk
Meerwerk is in feite een uitbreiding van het basisonderzoek. Zo kan regionaal worden besloten om de steekproefomvang uit te breiden. Op die manier kan bijvoorbeeld een gemeente of provincie zich een beter beeld vormen van de mobiliteit binnen haar regio. Dit zogenaamde meerwerk kan gedurende een korte periode of gedurende het hele jaar plaatsvinden. In die periode worden dan extra huishoudens benaderd om de enquête in te vullen. Deze enquête is dezelfde als de enquête die gebruikt wordt in het basisonderzoek.
Maatwerk
Het MON kan snel en flexibel inspelen op actuele beleidsthema's en specifieke onderzoeksvragen. Zo kunnen aan mensen met een functiebeperking bijvoorbeeld specifieke vragen worden gesteld om de effecten van toegankelijkheidsbeleid te evalueren. Dit zogenaamde maatwerk kan gedurende een korte periode of gedurende het hele jaar plaatsvinden. De Adviesdienst Verkeer en Vervoer waarborgt in zulke gevallen de kwaliteit van het basisonderzoek door na te gaan of het maatwerkonderzoek het basisonderzoek niet verstoort.
Regionaal maatwerk
Ook op regionaal niveau is specifiek onderzoek in combinatie met het standaardonderzoek mogelijk.
MON wordt OViN
Vanaf 1 januari 2010 wordt het mobiliteitsonderzoek uitgevoerd door het CBS. MON gaat voortaan verder onder de naam Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN). De resultaten van het onderzoek zijn een gezamenlijk product van CBS en Rijkswaterstaat. Bij deze verandering hoort ook een nieuw distributiebeleid. De onderzoeksdata worden alleen nog maar via internet aangeboden. U kunt de bestanden dan downloaden via de website van Dans. Het CBS verwacht de OViN data van 2010 per 1 april 2011 beschikbaar te kunnen stellen.
