Hinder en maatregelen

De gevolgen van de aanleg van de wegverbreding voor onder meer luchtkwaliteit, geluid en natuur worden uitgebreid onderzocht en maken straks onderdeel uit van het wegaanpassingsbesluit. Rijkswaterstaat blijft altijd binnen de wettelijke normen die hiervoor gelden.

  • Hinder

    Werkzaamheden van deze omvang kunnen niet zonder hinder voor weggebruikers en omwonenden worden uitgevoerd. Rijkswaterstaat doet er alles aan om die hinder zo veel mogelijk te beperken.


    Hoe beperken we de hinder?
    Om de doorstroming tijdens de werkzaamheden te garanderen streeft Rijkswaterstaat naar het behoud van twee (versmalde) rijstroken in beide richtingen. Dit is mogelijk door aan weerszijden van de weg stroken extra asfalt aan te leggen waardoor de bestaande rijstroken tijdelijk verplaatst kunnen worden. Dit asfalt wordt later gebruikt voor de wegverbreding.
    Daarnaast is een pakket aan mobiliteitsmaatregelen ontwikkeld, zoals:

    • De Utrecht Bereikbaarpas en de Eemlandpas.
    • Informeren van de weggebruikers over de snelst mogelijke route via advertenties in kranten en reisinformatie langs de weg.

    Voor omwonenden probeert Rijkswaterstaat de overlast zoveel mogelijk te beperken, maar kan niet voorkomen dat omwonenden mogelijk hinder ondervinden van de werkzaamheden. Rijkswaterstaat informeert omwonenden tijdig wanneer er werkzaamheden die overlast veroorzaken.

    naar boven
  • Maatregelen

    Rijkswaterstaat onderzoekt zorgvuldig de (milieu) effecten van de wegverbreding en neemt, waar nodig, maatregelen. Deze maatregelen staan beschreven in het (Ontwerp-) wegaanpassingsbesluit. Onderdeel van het OWAB is het milieueffectrapport (MER). Het MER geeft inzicht in de gevolgen van de wegverbreding op onder andere: verkeersveiligheid, geluid, lucht, natuur, bodem, water en archeologie. Voorbeelden van te nemen maatregelen zijn het aanleggen van stiller asfalt en geluidsschermen, de herplant van bomen, het aanleggen van sloten, het verlengen van faunapassages en het aanbrengen van goede verlichting in onderdoorgangen.


    Gevolgen en maatregelen voor omwonenden

    Omwonenden van de A28 hebben nu al te maken met geluidsoverlast. Tijdens en na de aanleg van de extra rijstroken en de spitsstroken kan extra geluidsoverlast ontstaan. Bij wegaanpassingen geldt een zogenoemd ‘stand still-beleid’: de geluidsbelasting mag als gevolg van het project niet teveel toenemen.


    De regels over hoe hier mee om moet worden gegaan, zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting van de extra rijstroken op de A28 wordt getoetst aan de normen uit de Wet geluidhinder.


    Daarnaast is het project opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Elk jaar vindt er in het kader van het NSL een monitoring plaats van de luchtkwaliteit. Blijkt die onvoldoende? Dan neemt het NSL maatregelen om deze te verbeteren.


    Gevolgen en maatregelen voor natuur en milieu
    Niet alleen de recente wet en regelgeving van geluid en lucht zijn van belang, maar ook de bodem-, water- en natuurwetgeving. Daarin staat beschreven welke regels gelden bij de aanleg of aanpassing van een weg.

    Rijkswaterstaat neemt maatregelen als de leefomgeving voor dier- of plantensoorten wordt aangetast met de aanleg van de extra rijstroken en de spitsstroken, of als de bodem- en waterkwaliteit door deze aanpassingen slechter worden.

    Een maatregel kan bijvoorbeeld zijn het aanleggen van diervriendelijke voorzieningen, zoals wildtunnels onder de weg. Ook kan een stuk natuur dat verloren gaat bij de werkzaamheden gecompenseerd worden. Er wordt dan 'nieuwe natuur' aangelegd, op een andere plek in de buurt van het traject waar aan gewerkt wordt.

    naar boven