Planning en aanpak
| Wanneer | Wat |
|---|---|
| Mei 2007 | Besluit tot gezamenlijke Startnotitie voor 4 spitsstroken. |
| Augustus 2008 | Besluit tot nieuwe, gecombineerde planstudie. |
| 30 september - 10 november 2008 | Startnotitie ter visie en inspraak. |
| Begin 2009 | Planstudie A28 Utrecht – Amersfoort valt onder de Spoedaanpak wegen. Hierbij wordt de Spoedwetprocedure gevolgd. Vanaf dit moment doorloopt de planstudie één procedure (wegaanpassingsbesluit) voor het gehele tracé. |
| 18 maart 2011 | Ontwerp-wegaanpassingsbesluit ter inzage. |
| Eind 2012 | Wegaanpassingsbesluit ter inzage. |
| 2010-2013 | Uitvoeren groot onderhoud en realiseren verbreding. |
| 2013 | Openstelling extra rijstroken. |
Deze planning is onder voorbehoud.
Aanpak
De A28 tussen Utrecht en Amersfoort is onderdeel van het programma Spoedaanpak Wegen. Rijkswaterstaat pakt hiermee dertig hardnekkige knelpunten op de weg versneld aan om de doorstroming te verbeteren en de reistijd betrouwbaarder te maken. De Spoedaanpak kenmerkt zich door eenvoudigere en snellere procedures, uiteraard met behoud van inspraakrecht van betrokkenen. Voor de A28 wordt er een Ontwerp-Wegaanpassingsbesluit (OWAB) opgesteld welke naar verwachting begin 2011 ter visie ligt. Het Ontwerp-wegaanpassingsbesluit A28 Utrecht – Amersfoort beschrijft de wegaanpassing en de gevolgen daarvan voor de omgeving.
Om de hinder voor verkeer en omwonenden te beperken combineert Rijkswaterstaat onderhoudswerkzaamheden aan de A28 met voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van extra rijstroken en spits- en weefstroken. De extra stroken kunnen pas worden opengesteld als de procedure voor het Wegaanpassingsbesluit is doorlopen. Rijkswaterstaat werkt met deze procedure aan de doorstroming op de A28 op korte termijn.
Planstudies VERDER
Voor de doorstroming op de langere termijn (2020 en verder) werkt Rijkswaterstaat aan diverse planstudies die vanwege de omvang van de aanpassing meer tijd in beslag nemen. In deze regio zijn vooral de planstudies Knooppunt Hoevelaken en Ring Utrecht van belang. De studies zijn onderdeel van het samenwerkingsprogramma VERDER, mobiliteit in Midden-Nederland.
